Terug013 - 0013_Dading met betrekking tot de Vlaamse heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen.||Toelichtende nota:|Een aantal jaren geleden werd de regelgeving rond de Vlaamse heffing op leegstand, verwaarlozing en verkrotting gewijzigd. De wijziging hield onder meer in dat gemeenten voor de jaren 2002, 2003 en een deel van 2004 een onkostenvergoeding misliepen en bovendien dat de gemeentelijke opcentiemen op die Vlaamse heffing (voor gemeenten die opcentiemen heffen) niet werden geïnd. De gemeenten leden schade doordat de Vlaamse overheid retroactief de spelregels wijzigde. Later bevestigde het Arbitragehof dat het retroactief wijzigen van de spelregels niet zomaar kon. De Vlaamse overheid had voorafgaandelijk in een vergoeding moeten voorzien. Sindsdien onderhandelden vertegenwoordigers van de Vlaamse regering en de VVSG over een minnelijke schikking. Het resultaat van deze minnelijke schikking is per brief d.d. 20 september 2007 van het Kabinet van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening aan de betrokken gemeenten gecommuniceerd. De VVSG raadt aan om akkoord te gaan met het onderhandelde resultaat, teneinde lange juridische procedures te vermijden.